WIKI

“Wie niet goed in staat is zijn kennis, ideeën en adviezen op papier te zetten, doet zichzelf, zijn vak en zijn klanten tekort. Maar voor de meeste professionals is schrijven niet hun vak. Ze hebben het niet geleerd en het idee dat je al werkende goed leert schrijven blijkt een mythe. Elke opdrachtgever, manager, en zeker ook elke professional weet hoe slecht de teksten van vele – andere – professionals vaak zijn.”

De opdracht: In de course Wiki ontwikkel je een eigen mening over online communicatie, wat dit voor de samenleving betekend heeft en hoe je dit aantrekkelijk kunt verwoorden in zowel schrift als spraak. Om dat goed in de vingers te krijgen word je geconfronteerd met diverse belangrijke personen in het vakgebied, ga je zelf op zoek naar interessante bronnen en oefen je met het uiten van je eigen mening. Je verwoordt dit in diverse schrijfopdrachten. Uiteindelijk zul je jouw mening moeten verdedigen in het groepsproduct, de Wiki.

We Made The Change!

Je hoort het vaak genoeg, vooral onder de wat oudere generatie: ”Vroeger was alles beter…” Een uitspraak die regelmatig gebruikt wordt en in verschillende contexten. De wereld verandert snel, razendsnel en de laatste decennia gaat dit met grote sprongen, voornamelijk dankzij de digitale wereld. Alles is voor iedereen zichtbaar. Je kunt iemand aan de andere kant beter kennen dan je eigen buurman! Maar is dat eigenlijk zo? Was vroeger alles beter?

Sinds het internet zijn afstanden maar relatief. Je kunt met iedereen contact leggen, overal op de wereld, wanneer je maar wilt. Sinds de Ipod is dit proces enorm versneld. Dit kleine apparaatje heeft er voor gezorgd dat de manier waarop wij omgaan met muziek, foto’s en film is veranderd. Kort na de komst van de Ipod kwamen sociale netwerken zoals Facebook, Hyves, Linkedin en Twitter. Ook de Smartphone is enorm belangrijk geweest in de ontwikkeling van de digitale wereld. Het is allemaal zo snel gegaan, we leven niet meer met de media, maar in de media. (Omroep NL, 2010)

Volgens sommigen een geweldige ontwikkeling met oneindige mogelijkheden. Volgens anderen het begin van het einde van de echte sociale wereld. In de documentaire ”Ipod, Iphone, I Am” laat Van Veelen zien wat de invloed van de nieuwe media doet met onze samenleving. Daarin komt naar voren dat er inderdaad ongekende mogelijkheden zijn. We worden er mee overspoeld, elk jaar weer nieuwe ontwikkelingen en de meeste mensen gaan er klakkeloos in mee. Het ene apparaat nog mooier dan de ander, met nog meer mogelijkheden en meer nieuwe apps om bijvoorbeeld je sociale netwerk te onderhouden. Maar in de documentaire komen ook veel vragen aan bod. Waarom gaan we eigenlijk allemaal zo snel mee met de media? Kijkt men wel kritisch genoeg naar al deze nieuwe mogelijkheden en weet men dat informatie die online gezet wordt vrijwel altijd blijvend te vinden is? (VPRO, 2010)

Volgens Remco Vroom ligt de digitale wereld over ons heen. We worden steeds zichtbaarder en er wordt steeds vaker gezegd niet zonder de nieuwe sociale media te kunnen. Jongeren groeien er mee op en nieuwe verslavingen ontstaan. Een dag zonder Smartphone, is een dag niet geleefd.

En wat maakt het zo interessant? Waarom worden zo veel mensen lid van sociale netwerken? Voor de meeste is het self-branding, aldus Mark Deuze. Mensen willen laten zien wie ze zijn, ze willen hun identiteit tonen, indien mogelijk mooier dan in werkelijkheid. De sociale netwerken worden als het ware als een klein podium gebruikt: ”kijk dit ben ik”.

Helemaal het einde, volgens de meeste jongeren. Iedereen lijkt ‘sociaal’ bezig te zijn en voortdurend te netwerken met vrienden en vriendinnen. Critici zetten hier grote vraagtekens bij. Zoals Mark Deuze aangeeft: ”Zijn we nu allemaal samen of juist meer alleen?” Kijk maar willekeurig om je heen in een restaurant, op een schoolplein of in de stad, iedereen kijkt op zijn beeldscherm. ”We leven in onze eigen wereld, ook wel eigen cocon genoemd, met gebrek aan echte sociale contacten”.

De voordelen van de social media zijn bekend, langzaam komen nu de negatieve bijwerkingen naar voren. Het blijkt dat jongeren stress krijgen van social media, bang zijn om buitengesloten te worden en daardoor dingen gaan missen, zeggen onderzoekers van de Nationale Academie voor Media & Maatschappij. Mensen willen graag een ideaal beeld schetsen van hunzelf en proberen dit te perfectioneren, kijk eens hoe leuk ik ben. (NOS, 2012)

Social media, zoals het woord al aangeeft, een platform dat ontelbare mogelijkheden biedt om contacten te onderhouden en te laten zien wie je bent. We kunnen niet meer terug en niet meer zonder, maar streven we het doel niet een beetje voorbij? We zijn meer online dan offline en spreken onze vrienden en familie vaker via een sociaal netwerk dan in real life.

Social media… misschien zijn we alleen maar asocialer en eenzamer geworden.. Want vraag jezelf eens af: Wanneer heb jij voor het laatst een goed gesprek gehad met iemand? In het echt en niet via dat beeldscherm?

Bronvermelding:
– Vink, J. (22 december 2010). Omroep NL. Geraadpleegd op 2 september 2012, http://www.publiekeomroep.nl/artikelen/de-keerzijde-van-het-digitale-tijdperk
– NOS (7 mei 2012). Geraadpleegd op 1 september 2012, http://nos.nl/artikel/370646-stress-jongeren-door-sociale-media.html
– Telegraaf (17 augustus 2012). Geraadpleegd op 1 september 2012,http://www.telegraaf.nl/digitaal/12773749/Vakantiefotos_massaal_gedeeld_via_social_media.html
– VPRO (22 december 2010). Geraadpleegd op 22 augustus 2012, Documentaire ”Ipod Iphone I Am”.

Een mens die zich niets meer laat wijsmaken!

Nieuws is na een dag al geen nieuws meer, zo snel gaat het tegenwoordig. Iedereen leest de laatste nieuwtjes meteen op het internet, de krant van de volgende dag is dan bij wijze van spreken al te laat. Er zijn ontelbare sites en apps waar je het laatste nieuws kan volgen. Maar is al die informatie wel even betrouwbaar? Iedereen kan van alles op het internet schrijven, daardoor vervaagd de scheidingslijn tussen amateurs en professionals. Want iedereen die nieuws plaatst op het internet is dan vanzelfsprekend ook een journalist?

Sinds de opkomst van het internet en de groeiende mogelijkheden van de Social Media is het gemak waarmee je informatie op internet plaatst enorm gegroeid. In het begin van het internet tijdperk was het veel moeilijker om teksten, foto’s en muziek te verkrijgen of zelf te publiceren omdat er meer controle op zat. Niet alles werd simpelweg gepubliceerd.

Het toekomstperspectief dat internet ons nu toont is de ‘automatisering’ van de media en de omkering van de vraag: ‘Waarom zouden we dit publiceren?’ in ‘Waarom niet?’ Daar komt bij dat iedereen de mogelijkheid heeft om zelf nieuws te publiceren. Kijk naar de Social Media zoals twitter, een uitstekend medium om de laatste ontwikkelingen te plaatsen. Risico is dat nieuws van onbetrouwbare bronnen wordt verkregen en zich razendsnel kan verspreiden via twitter. Uiteindelijk lees je alleen een tweet en weet je niet waar het vandaan komt en of het überhaupt betrouwbaar is. (Shirky, 2008)

”Door deze ontwikkelingen is de kans ook groot dat andere media verdwijnen, zoals bijvoorbeeld de krant”, zegt Hofland. Men heeft het allemaal al kunnen lezen op het internet dus wordt het beschouwd als achterhaald nieuws. Dat hoort allemaal bij deze revolutie. Voor de één is dat geen probleem, voor de ander wel degelijk. Neem de oudere generatie, lang niet allemaal bekend met het gebruik van een computer, laat staan Social Media. Voor hun is het uitermate vervelend. Maar ook voor mensen die dreigen hun baan te verliezen, doordat het nieuws ‘zichzelf’ verspreid staan veel banen bij kranten en uitgevers straks op de tocht. (Hofland, 2008)

Volgens Blom kun je je afvragen of de timing van deze automatisering wel ideaal is met het oog op de crisis. Maar elke verandering brengt natuurlijk ook kansen met zich mee. Professionals hebben de neiging om zich af te zetten tegen de amateurs. Als zij zich wellicht wat meer openstellen zou eventuele samenwerking kunnen leiden tot productverbetering, kostenbesparing en het vergoten van de betrokkenheid. Want waarom laten we het publiek niet meedenken met de professionals? En waarom gebruiken we de ervaringen van anderen niet? Ook als ze hier niet voor opgeleid zijn? (Webwereld, 2008)

Of deze automatisering uiteindelijk een verbetering is of niet, er is een revolutie gaande waar we niet omheen kunnen. Het nieuws verspreidt zich enorm snel en het is nodig dat zowel de professionals als de amateurs hier goed mee omgaan. Dat is een lastig proces, waarbij het belangrijk is dat professionals zich moeten realiseren dat het publiek steeds vaker eigen informatie wil laten zien via de media. En de amateurs moeten niet alles klakkeloos overnemen en voorzichtig zijn met het verspreiden van (on)betrouwbaar nieuws. Een beetje water bij de wijn doen noemen we dat!

Bronvermelding:
– Hofland H.J.A. (17 december 2008). NRC. Geraadpleegd op 5 september 2012
– Shirky C. (2008) Iedereen kan publiceren. Geraadpleegd op 5 september 2012
– Blom E. (1 mei 2008) Webwereld. Geraadpleegd op 7 september, http://webwereld.nl/column/50917/de-professional-tegen-de-amateur.html

Vriend of vijand?

Burger en politiek, niet altijd een vanzelfsprekende combinatie. De afgelopen jaren is hier duidelijk verandering in gekomen. Vooral sinds de opkomst van de Social Media zijn er talloze manieren ontstaan waardoor wij, burgers, betrokken kunnen zijn bij de overheidstaken. Daarbij gaat het niet alleen om het uitwisselen van informatie en ideeën delen maar ook de betrokkenheid bij het ontwikkelen van het beleid. Deze mogelijkheden zullen alleen maar gaan toenemen. Wat moeten we daar eigenlijk van vinden? Is het wel goed voor de overheid dat de burgers zo betrokken zijn? Past dat eigenlijk wel in ons politiek systeem?

Volgens Shirky zullen de gemotiveerde burgers en de bijbehorende betrokkenheid een enorm dynamiek teweeg brengen. Dit kan vervolgens leiden tot één van de grootste veranderingen in onze samenleving. De overheid kan hiermee op den duur haar taken efficiënter en goedkoper uitvoeren. Een volgende stap is dat burgers zelf initiatieven opstarten en publieke taken regelen en creëren. De overheid wordt dan samen gecreëerd met burgers, ook wel, user generated state (Leadbeater & Gottam, 2007).

Niet alleen burgers zoeken die betrokkenheid op, een opvallende ontwikkeling is te zien in het gebruik van sociale netwerken onder politici. Social Media is gratis waardoor iedereen er gebruik van kan maken. Politici zien dan ook in dat dit een ideale manier is om het publiek te bereiken en hun standpunten en ideeën delen. Het wordt als het ware ingezet als mede campagnevoerder. Door de toenemende populariteit van de Social Media zie je ook vaak een olievlekwerking ontstaan. Dit houdt in dat als een paar mensen een bericht delen, dit bericht zo populair wordt (trending topic) dat vervolgens de hele wereld op de hoogte is. Perfect natuurlijk als je een boodschap hebt en gehoord wilt worden!

”Dit alles kan leiden tot versterking van onze democratie”, aldus Noveck.

Niet alle burgers, politici en overheidsinstanties zijn echter enthousiast over het overmatig gebruik van sociale netwerken. Het biedt dan misschien wel ontelbare mogelijkheden, er zijn ook ontelbare onduidelijkheden. Het medium is heel slecht meetbaar en feiten slecht zichtbaar. Want wat is nou precies het effect van deze vloedgolf van informatie? Heeft het echt een (positieve) invloed op meningen, denkwijzen en gedrag van mensen? Uit onderzoek blijkt dan ook dat er weinig houvast te bieden is; effecten van Social Media zijn over het algemeen onduidelijk.

Wat nu? Overschatten we de effecten van Social Media op politiek gebeid en is het niet meer dan gewoon ondersteuning? Misschien moeten we het niet belangrijker maken dat het is, maar wel waarderen wat het voor ons als samenleving kan doen. De kloof tussen overheid en burger verkleinen. Het zorgt voor wederzijds betrokkenheid. Want ondersteuning of niet, er wordt met elkaar gepraat, gediscussieerd en gezamenlijk gezocht naar oplossingen. Is dat niet wat we willen?

Bron:
– iBestuur (12 mei 2012) Geraadpleegd op 15 september 2012, http://ibestuur.nl/partner-logica/dienstverlenende-overheid-kan-niet-om-social-media-heen
– Shirky C. (2008) Iedereen kan publiceren. Geraadpleegd op 5 september 2012
– Leadbeater CH. (2007) Leadbeater & Cottam. Geraadpleegd op 15 september 2012
– Zuurmand A. (20 juni 2012) Volkskrant. Geraadpleegd op 5 septermber 2012, http://www.volkskrant.nl/vk/nl/6164/Overheid-2-0/article/detail/3274242/2012/06/20/Burgers-steken-handen-uit-de-mouwen-door-sociale-media.dhtml

Van kinderschoen naar flinke stapper?

Het dagelijkse straatbeeld: hoofden naar beneden, gericht op de Smartphone, duimen op de toetsen, druk aan het sociaal netwerken. Sociaal noemen we dat, want je bent in contact met mensen, begint nieuwe netwerken, kunt nieuwe ideeën opdoen en delen. Een beetje dubbel is het wel. We verbinden ons aan allerlei sociale netwerken en pagina’s, zijn overal van op de hoogte en hebben overal een mening over, maar hoe sociaal is het nu eigenlijk? Niemand die elkaar meer gedag zegt op straat en zelfs op feestjes valt niks meer te bespreken. Want we hebben immers alles al op internet gelezen. Het is een nieuwe wereld die gecreëerd wordt door websites zoals Linkedin, Youtube, Hyves en Wikipedia… Het ‘We Think’ tijdperk is aangebroken… De vraag is: wat levert deze nieuwe wereld ons eigenlijk op?

‘We Think’ is een term die de golf van creativiteit en vernieuwing aangeeft. Wikipedia, Sourceforge en creatieve commons zijn hier een goed voorbeeld van. Bij het ‘We-Think’ tijdperk gaat het niet meer om passief consumeren maar gaat het om massaparticipatie. De nieuwere generaties die opgroeien met internet willen meedoen. De spreiding van het internet betekent dat meer mensen de kans krijgen om deel uit te maken van dit soort community’s. ”Wij denken dus wij bestaan” is het motto. (Boer, P. 2009)

Deze nieuwe ontwikkelingen, de drang om dingen te delen, mee te doen, roepen ook vragen op. Want wat betekent dit voor de manier waarop wij leven? Hoe kan ‘We-Think’ leiden tot innovatie (vrije uitwisseling van ideeën), consumenten (creëren van oplossingen), werk (ruimte zelfmanagement), leiderschap en eigendom?

Doordat consumenten willen meedoen zijn ze niet langer passieve ontvangers van goederen maar ze willen deelnemers zijn in het creëren van diensten. Een goed voorbeeld daarvan is ”The coffee House: A Social History”. Dit is volgens Mark Ellis een nieuwe vorm om vriendschappen te ontdekken, kritische tribunalen, wetenschap en politieke clubs. Zulke innovatieve combinaties ontstaan uit intense en langdurige creatieve gesprekken waarin ideeën ter discussie worden gesteld. Consumenten zijn dus tegenwoordig een belangrijk onderdeel van dit proces. (Dorp, A. 2011)

Waar het volgens Leadbeater dus op neer komt: ”Kennis is macht, delen is kracht”. Doordat jij degene bent die deelt kunnen de gevolgen groot zijn. Deze gevolgen kunnen positief uitpakken, maar ook negatief. Volgens Leadbeater spelen democratie, gelijkheid en vrijheid hierin een grote rol. Hij stelt eveneens dat deze ontwikkelingen tot verbetering van de wereld kunnen lijden. Want in een goede en gelijke omgeving zijn er voor de ‘We Think’ generatie ontelbare mogelijkheden. Vanzelfsprekend brengt elke innovatie risico’s met zich mee. Consumenten willen meedenken, meepraten en meebeslissen, maar de kloof tussen commercieel denken en wat consumenten werkelijk willen blijft groot. Marktonderzoek is nodig om duidelijkheid te krijgen over de effecten en werkbaarheid van de ‘We Think’ generatie in de commerciële wereld. Het ‘We Think’ tijdperk staat eigenlijk nog in de kinderschoenen. Of deze kinderschoenen plaatsmaken voor grote stevige stappers is nog maar de vraag. (Leadbeater, C. 2009)

Bronvermelding:
– Leadbeater, C. (2009), We Think, Delen – creëren – innoveren, Den Haag: SDU Uitgevers. Geraadpleegd op 22 september.
– Boer, de P. (2009), We Think, Delen – creëren – innoveren. Geraadpleegd op 22 september, http://www.bol.com/nl/p/we-think/1001004006870029/
– Dorp, van A. (2011) We Think, Delen – creëren – innoveren. Geraadpleegd op 23 september, http://kwalinar.wordpress.com/2011/08/19/we-think-charles-leadbeater/

Advertenties